‘Joker’ en de verwarde samenleving

In deze blog bespreek ik de film ‘Joker’ aan de hand van een opiniestuk van sociologe Karlijn Roex en haar boek ‘In verwarde staat’. Let op, ik maak in deze blog gebruik van aanzienlijke spoilers van de film! Dus als je ‘Joker’ nog niet hebt gezien en dat wel van plan was: eerst naar de bioscoop! En daarna natuurlijk deze blog lezen….

De Joker, de Trickster en een samenleving in verwarring

Op gebied van kassuccessen breekt de film Joker’ (2019, dir. Todd Phillips) record na record. In het weekend van week 46, zes weken na de internationale première op 3 oktober 2019, passeerde de film de grens van maar liefst een miljard (!) dollar opbrengst wereldwijd. Dergelijke getallen zijn zo duizelingwekkend, dat het niet meer grappig is. Net zo min als de film ‘Joker’ zelf ook maar enigszins grappig is.

Dat is overigens niet bedoeld als kritiek op de film. Het is wél een kritiek op bioscoopbezoekers die bij deze film een soort superhelden-komedie zouden verwachten. Om vervolgens teleurgesteld te gaan mopperen vanwege de zwartgalligheid van de film. (Getuige diverse recensies was dat blijkbaar werkelijk een verwachting die leefde bij mensen). 

In dat geval heb je volgens mij namelijk niet goed opgelet. We hebben het hier immers over een film met de Joker in de hoofdrol. Dat wil zeggen: een film met in de hoofdrol een van de meest gestoorde aartsvijanden van de mythologische stripheld, de ‘Caped Crusader’ en ‘Dark Detective’, ‘Batman’. Een waanzinnige gek dus die, voortdurend bezig met demonische plannen en wreed geweld, maandelijks in getekende kaders voor psychopatisch vermaak zorgde.

Hoe had dat überhaupt voor een grappige film moeten zorgen? Hoe verward is de samenleving eigenlijk, vroeg ik me af toen ik deze blog schreef, dat deze associatie bij mensen op kan komen wanneer ze geconfronteerd worden met het verband tussen geweld en film: dat het dan wel grappig moet zijn? Om vervolgens teleurgesteld te raken, als het dat niet is?

De perverse verhouding tussen Joker en zijn publiek

Vanaf het begin dat berichten voorbij kwamen dat er inderdaad een film over deze gewelddadige clown in productie werd genomen, was ik er sceptisch over. Immers, de Joker heeft garant gestaan voor enkele van de meest gewelddadige verhaallijnen uit de stripwereld die ik ken. We hebben het hier onder meer over een stripfiguur die  ooit de ‘sidekick’ van Batman, de jonge Robin, met een breekijzer en een bom tragisch om het leven bracht (Ik heb het over de verhaallijn ‘Batman: A Death in the Family’)

Interessant detail daarbij is dat deze moordpartij van de Joker bovendien een verhaallijn was die destijds door het lezerspubliek zelf was uitgekozen! De Robin uit die tijd (er zijn in ieder geval drie ‘Robin’s’ geweest), Jason Todd, was een stripfiguur die onder de lezers weinig goedkeuring kon vinden. De hoofdredacteur van de comic besloot daarop een verhaallijn uit te werken waarbij Jason gevangen genomen zou worden door de Joker. 

Het was vervolgens aan het publiek om te besluiten of Jason/Robin zijn gevangenname zou overleven of niet. Gedurende 36 uur mocht er, in september 1988, door de lezers een 900-nummer gebeld worden, waar zij mochten aangeven wat het lot van Jason Todd moest zijn. Robin overleefde de mening van het publiek – en daarmee het psychopatische geweld van de Joker – niet. De verhouding tussen publiek, geweld en de Joker is dus altijd enigszins pervers geweest. 

Gemixte recensies van Joker

Een film over dit stripkarakter zou diezelfde perversie moeten balanceren. Daar is de film volgens mij redelijk goed in geslaagd. ‘Joker’ is uiteindelijk een wonderlijke sociaal-kritische psycho-dramatische thriller geworden. De recensies zijn er tegelijk flink verdeeld over. Één recensent noemt het ‘de meest teleurstellende film van het jaar’. Een andere recensie omschrijft de film juist als ‘grenzend aan genialiteit’

Van alle recensies die ik over de film las, was uiteindelijk die van sociologe Karlijn Roex, auteur van het door mij zeer gewaardeerde, sociaal kritische en uitermate scherpe boek ‘In verwarde staat’, wat mij betreft het meest relevant. En Roex’ opinie was eigenlijk helemaal geen recensie. (Ik vermoed eerlijk gezegd dat ze de film zelf ook niet heeft gezien, al weet ik dat overigens niet zeker – en neem ik het haar ook zeker niet kwalijk als dat inderdaad het geval zou zijn.) 

Roex schreef in ieder geval een scherp opiniestuk in de Volkskrant over de invloed van deze film op de maatschappelijke receptie van een bepaald soort sociale problematiek. Haar opiniestuk had de titel:

“Joker versterkt stereotypen die zorgen voor angst jegens ‘verwarde mensen’ of ‘psychiatrische patiënten.” 

Joker als inspiratie voor de ‘verwarde persoon’?

Roex begon haar artikel door de film ‘Joker’ te plaatsen in het kader van de aloude discussie over de invloed van film op de menselijke aanleg tot geweld. Rondom de film ‘Joker’ barstte immers, door het geweld erin, eveneens de discussie los of deze film niet zou inspireren tot gewelddadige acties van beïnvloedbare, ‘verwarde’ personen.

Met name de schietpartij van juli 2012, tijdens de première van Dark Knight Rises, werd bij deze kritiek op Joker in herinnering gebracht. Tijdens die schietpartij in een bioscoop vielen 12 doden. De dader, James Holmes, zou daarbij hebben verkondigd: “I am the Joker”.

In reactie op deze referentie zou nu, jaren later, acteur Joaquin Phoenix, die het hoofdpersonage van ‘Joker’ vertolkt, zelf weg zijn gelopen tijdens een interview, toen rechtstreeks naar zijn mening werd gevraagd of ‘zijn’ film zou kunnen inspireren tot een nieuwe schietpartij. 

In Nederland zou niet veel later een andersoortige mediaclown (toevalligerwijs ook een die op televisie dwangmatig giechelt en hysterisch lacht, zonder dat daar enige aanwijsbare reden voor is) uit de bioscoopzaal zijn weggelopen bij het kijken naar ‘Joker’. Om vervolgens op zijn instagram mediageil te schrijven:

“Ik werd zo ongemakkelijk van zoveel geweld. Als je goed in je vel zit moet je dit niet gaan kijken.” 

Diepgewortelde maatschappelijke vooroordelen 

Ook hier blijkt weer die eerder genoemde, perverse verhouding tussen publiek, media en de Joker. Ik arceer met name even de laatste zin in het mediabericht van deze publieke clown, omdat het standpunt van sociologe Roex er zo goed door wordt geïllustreerd.

Nauwkeurige herlezing van diens uitspraak, laat immers zien hoe deze mediaclown twee belangrijke, hardnekkige vooroordelen tot uitdrukking brengt (die ik overigens direct in twijfel trek door er een vraagteken achter te plaatsen): 

  1. Het wél kijken van deze film betekent dus dat je níet goed in je vel zit?
  2. ‘Niet goed je vel zitten’ is blijkbaar synoniem aan ‘geweld gemakkelijk kunnen verdragen’?

Pardon? Achter een dergelijke, ogenschijnlijk simpele uitspraak – die, let wel: openlijk en publiekelijk verkondigd wordt door een ‘social influencer’ met 286k (!) volgers op sociale media – schuilt dus een flink venijnig, diepgeworteld, en vooral bijzonder schadelijk vooroordeel over het verband tussen geweld, psychische aandoeningen en het kijken van films.

Precies over dit soort vooroordelen gaat het stuk van Roex.

Stereotypering van de miskende randfiguur

Roex benadrukt in haar opiniestuk juist onderzoek dat dit verband ruimschoots weerlegt. Onderzoek heeft, aldus Roex, namelijk juist aangetoond dat geweldfilms als ‘Joker’ géén imitatie-gedrag tot geweld uitlokken. Wat aanzet tot geweldscriminaliteit, zo stelt Roex, zijn niet zogenaamde filmvoorbeelden.

Wat wél aanzet tot geweld is het al dan niet aanwezige bezit van – of potentieel toegang hebben tot – dodelijke wapens, waarmee dat geweld vervolgens tot uitvoering kan worden gebracht!

Al dit onderzoek ten spijt, is het vooroordeel dat geschifte film- en stripfiguren als de Joker een fatale inspiratiebron zouden vormen voor eenzame, beïnvloedbare en zich miskende figuren in de samenleving, even hardnekkig als een kakkerlak in een atoomoorlog. Het gerucht laat zich maar niet uitroeien.  Maar het echte sociale stigmatiserende kopieerproces, zo laat Roex zien, zit juist ergens anders.

Niet het gewelddadige gedrag van de hoofdpersoon uit een film wordt gekopieerd door mensen met een psychische stoornis. Gekopieerd wordt juist het vóóroordeel zelf, dat bestaat óver miskende, geschuwde maatschappelijke randfiguren. En deze vooroordelen worden juist gekopieerd diegenen die zichzelf als ‘normaal’ bestempelen. Zij zoeken de bevestiging van hun vooroordelen vervolgens in films als ‘Joker’. En kopiëren dan deze bevestiging, als voorbeelden van ‘hoe de afwijkingen van de wereld in elkaar zouden zitten’.

Een diep verankerde angst in de samenleving

Het is, aldus Roex, dus het stereotype beeld – dat mensen die afwijken van de norm, vanuit hun afwijkende situatie wél zullen grijpen naar geweld – dat wordt gekopieerd. En dat beeld wordt versterkt binnen en door de samenleving. Als er dus al sprake is van ‘agressie’ die wordt uitgelokt door de film, dan is dat vooral ván de samenleving jégens de sociaal verstotenen 

Er heerst immers, zo luidt Roex, een diepe, verankerde angst binnen onze samenleving, voor alles wat afwijkt. Om die angst te kunnen reguleren, probeert de samenleving deze ‘afwijkingen’ zo veel mogelijk te disciplineren, te reguleren en in kaders te stoppen. Het opiniestuk van Karlijn Roex is daarmee een uitvloeisel van de ideeën die Roex zelf helder uiteenzet in haar al eerder vermelde boek ‘In verwarde staat’, met als subtitel ‘Kritiek op een politiek van normaliteit’. 

Op nauwgezette wijze analyseert Roex in haar boek de opkomst van het debat over ‘verwarde personen’. Haar analyse fascineert en overtuigt. Roex’ perspectief is daarbij bovendien uniek en uitermate waardevol: ze analyseert vanuit het ‘insiders’-perspectief. Zelf ooit ‘verward’ genoemd, zet ze uiteen wat dit ‘etiket’ in feite doet. Hoe het begrip ‘verwarde persoon’ functioneert als machtsinstrument. En op welke wijze dat ‘etiket’ eigenlijk een uiting is van een neerbuigende en vooral uitsluitende vorm van normatieve politiek.

De ‘verwarde persoon’ als gefabriceerde veiligheidscrisis

Roex laat in haar boek zien hoe er met name vanaf 2015, met de tragische moord op oud-minister Els Borst, een berichtenexplosie in nieuws- en (sociale) media plaatsvond rondom het begrip ‘verwarde personen’. Een berichtenexplosie die vervolgens beleidsmatig aangegrepen en uitgewerkt werd tot een sociale veiligheidscrisis.

Daarbij is ‘de verwarde persoon’ tot het kanaal – de zondebok – gemaakt voor een maatschappelijke crisis die eigenlijk hele andere oorzaken heeft, vooral veroorzaakt door een corruperend neoliberalisme. Het is daarbij een crisis, waarvan juist de uitgestotenen en randfiguren het slachtoffer zijn – maar waarvoor zij nu juist tot dader worden gemaakt.

Roex verwijst hiervoor onder meer naar socioloog Ulrich Beck, bekend van zijn concept ‘de risicomaatschappij, die hierover stelde:

“De industriële samenleving produceert zijn eigen bedreigingen.” 

Met andere woorden, zo vertaalt Roex deze uitspraak (ik citeer uit haar boek):

“In een onder de eigen onzekerheid en overspannenheid ineenstortende economie, worden precies die categorieën die tussen de kieren en barsten van die economie vallen, het doelwit van allerlei risicotaxerende, risicovermijdende en risicobeheersende diensten van de uitbuiters van diezelfde economie. Het ineenstortende systeem vindt daarmee een nieuwe markt: de markt van de angst.” 

De markt van de angst

Aan de hand van het werk van o.a. de Duits-Koreaanse cultuur-filosoof Byung-Chul Han (een filosoof van wie ik het werk zelf al eerder uitgebreid heb besproken, o.a. in mijn blog “‘In Time’ en de strijd om onze tijd”) en bijvoorbeeld met een citaat uit het werk van socioloog Lois Wacquant, laat Roex vervolgens zien hoe deze ‘markt van de angst’ uitwerkt:

“Het is een mengeling van angst voor de toekomst, angst om van de maatschappelijke ladder te donderen, angst voor de sociale achteruitgang en angst dat men zijn sociale status niet kan doorgeven aan zijn kinderen, omdat er steeds meer afvallers zijn in de steeds snellere en onzekere wedren naar vaste banen en functies. Het is deze onduidelijke en veelvormige sociale en psychische onveiligheid die de gezinnen uit de volksklassen (objectief) het hardst tref. […] Maar deze onveiligheid treft (subjectief) ook brede lagen van de middenklasse. Zij laten zich leiden door het nieuwe oorlogszuchtige discours van politici en media [..] dat volledig gefixeerd wordt op de fysieke en criminele onveiligheid.”

Het ‘verwarde personen’-debat is, zo toont Roex in haar boek aan, één van de uitingsvormen van dit oorlogszuchtige en disciplinerende discours met de focus op risicobeheersing en angst- en ‘terrormanagement’. De eerder genoemde instagram-quote van een mediageile clownesque televisiefiguur, is daarmee een laag-culturele vertaling van dit hoog-politiek dwingende discours over normaliteit. Het is cultuursymptomatisch voor een maatschappelijke afstoting van alles dat afwijkt van de norm. 

Verwarring’ gelijkgesteld aan ‘geweld

De belangrijkste stereotypering hierbij is dat ‘verwarring’ gelijk zou staan aan ‘geweld’. Deze stereotypering zelf vormt het werkelijke gevaar, aldus Roex. Dat is bovendien geen ‘theoretische’ gevaar: het gevaar is reëel. Want deze stereotypering leidt ertoe dat iemand die door de norm als ‘afwijkend’ – of als ‘verward’ – wordt beschouwd, werkelijk als ‘potentieel gevaar’ benaderd gaat worden. 

Het betekent bijvoorbeeld dat agenten hun wapens aantoonbaar eerder trekken in confrontatie met iemand die valt onder hun definitie van ‘verwarring’ – soms met werkelijk dodelijk gevolg (Roex refereert hierbij onder meer naar de tragische dood van de schizofrene Cyprian, die door agenten doodgeschoten werd toen hij onder politiebegeleiding voor gedwongen opname werd opgehaald en van zijn bed werd gelicht.

Het betekent bovendien dat burgers zelf hun medeburgers beginnen aan te geven onder de verdenking van ‘verwardheid’. En dat deze ‘burgersurveillance’ bovendien beleidsmatig, van bovenaf, wordt aangemoedigd en gestimuleerd door grootschalige campagnes. Zoals bijvoorbeeld de campagne van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag voor ‘vroegsignalering’, met als titel ‘Oog voor Elkaar’.

De ironische, dubbele onderlaag van deze campagne-naam druipt er, in het licht van de analyse van Roex, bij nader inzien vanaf. Het laat zien hoe, vanuit het maatschappelijke debat rondom ‘de verwarde persoon’, ideeën rondom ‘zorg- en dienstverlening’ en ‘sociale disciplinering en surveillance’ elkaar steeds meer beginnen te overlappen, op een benauwende, 1984-achtige wijze.

De stereotypering, van ‘verwardheid’ als ‘gevaarlijk’, wordt door films als Joker nu juist versterkt, zo stelt Roex in haar opiniestuk.

Wie de film van Joker kijkt zou dat wellicht inderdaad kunnen denken. Dat betekent echter wat mij betreft wel dat de film dan slechts oppervlakkig is bekeken. Het betekent bovendíen, óf dat de kijker de film niet volledig heeft afgekeken. Of dat het einde van de film – en vooral: de onbewust implicaties ervan – niet goed zijn doorgedrongen. Want er zijn méérdere interpretatiemogelijkheden mogelijk bij ‘Joker’.

Joker en Arthur Fleck

‘Joker’ vertelt het verhaal van Arthur Fleck. Een aan lager wal geraakte man die ervan droomt stand-up comedian te worden. Fleck lijdt aan een neurologische stoornis die ‘pseudobulbair effect’ wordt genoemd, een hersenaandoening waarbij iemand oncontroleerbaar kan gaan lachen (of huilen), vaak op ongepaste momenten. In het geval van Arthur is dit het dwangmatige lachen waar hij vooral onder lijdt. 

Arthur woont nog bij zijn moeder. Hij verdient zijn geld als clown door reclameborden omhoog te houden, of bezoekt ziekenhuizen als een mislukte versie van een ‘cliniclown’. Hij slikt medicatie en bezoekt voor zijn aandoening een sociaal werker in Arkham Asylum, het psychiatrisch ziekenhuis van Gotham in de jaren ‘80 van de vorige eeuw, dat door bezuinigingen een naargeestige en armoedige plek is. 

De stad Gotham staat in het teken van verval. Afval ligt op de straten, er is achterstallig onderhoud aan gebouwen, graffiti op de muren, geweld op straat. Na enkele zeer ongelukkige voorvallen, wordt Arthur ontslagen. Onderweg naar huis wordt hij in de metro geconfronteerd met drie arrogante, studentikoze corpsballen die een vrouw lastig vallen. In de confrontatie met deze jongens valt een pistool op de grond. Arthur pakt het wapen. En in een poging tot zelfverdediging schiet hij de drie jongens dood. 

Met die dodelijk schoten barsten de sociale protesten los die al lang onder de oppervlakte van de stad sudderden. Thomas Wayne – inderdaad, de schatrijke vader van de dan nog piepjonge Bruce Wayne, de aankomende Batman – veroordeelt deze metro-moorden in zijn poging om zich tot burgemeester verkiesbaar te stellen.

Wayne noemt de sociaal uitgestotenen, die hun ongenoegen over hun verdrukte maatschappelijke positie met steeds meer geweld tot uitdrukking brengen, ‘clowns’. Het symbool van de strijd tussen arm en rijk wordt daarmee het clowns-masker. Deze sociale strijd vormt de achtergrond voor de verdere gewelddadige ontwikkeling van Arthur Fleck.

Joker als de onbetrouwbare verteller

Gedurende de film zijn er echter ook diverse aanwijzingen dat er bij de vertelling over Arthur sprake is van een ‘unreliable narrator’. De belangrijkste en grootste aanwijzing daarvoor is de Joker al bij voorbaat natuurlijk zelf. De Joker is immers altijd de ultieme Trickster geweest: niets wat hij zegt is of doet is zonder dubbele lading. Als er iets is wat de Joker graag doet, dan is het wel het vertellen van verhalen die de luisteraar mentaal naaien. 

Het einde van de film heeft dan ook een aantal belangrijke aanwijzingen verborgen, die ervoor zorgen dat je je inderdaad gaat afvragen of de Joker hier niet gewoon een gigantisch spel heeft speelt met het publiek (dat binnenin de film zelf feite zijn psychiater blijkt, die tegenover hem zit en heeft geluisterd naar het verhaal van de Joker: het verhaal over Arthur Fleck.)

In die laatste zin tussen haakjes zit wellicht de duidelijkste aanwijzing zelf vervlochten: de Joker is de verteller van het verhaal van Arthur Fleck. Waarbij dus niet direct al is gezegd dat verteller en hoofdpersoon noodzakelijkerwijs samen moeten vallen! Wanneer de Joker aan het einde van zijn verhaal dan ook begint te lachen, vraagt de psychiater hem wat de grap is. Waarop de Joker antwoordt: “Je zou ‘m toch niet begrepen hebben.”

Is de Joker hiermee in feite een soort sadistische, psychopatische versie van ‘Keyser Söze’? Een ‘verhalenspinner’ die, net als in de film ‘The Usual Suspects’ (1995, dir. Bryan Singer), de perfecte duivel speelt en de wereld ervan heeft overtuigd – in dit geval niet dat hij niet zou bestaan, maar juist dat de Joker te begrijpen zou zijn als ‘verwarde persoon’?

Is de Joker nu iemand die ‘simpelweg’ te veel vernederingen door een onverschillige samenleving heeft ervaren? En daardoor – en daarom – is overgegaan tot geweld? Geen dader dus in feite? Maar eigenlijk een ‘slachtoffer’ van een wrede samenleving? 

Het raadsel van Arthur Fleck

‘Joker’, vanuit dit onbetrouwbare vertellerstandpunt bekeken, maakt het daarmee plotseling interessant te onderzoeken bij welk mediaspel Arthur Fleck dan wordt betrokken, wanneer hij, in de aanloop van de finale van de film, wordt uitgenodigd om bij zijn ‘held’, talkshowhost ‘Murray Franklin’ (gespeeld door Robert de Niro), op televisie te komen. 

Tijdens de dramatische finale, waarbij het geweld van de film zijn hoogtepunt vindt, legt Arthur Fleck – in het verhaal van Joker – de talkshowhost een ‘grap’ voor, in de vorm van een raadsel. In veel recensies wordt voorbijgegaan aan de significante inhoud van dat ‘raadsel’.

Ik denk zelf echter dat het een sleutelonderdeel is van de film. Joker vraagt de televisiepresentator, met een angstaanjagend kinderlijk stemmetje dan namelijk:

“Wat krijg je wanneer je een psychisch zieke eenling kruist met een maatschappij die hem in de steek laat en hem behandelt als afval?”

Met de kogel die hij vervolgens – als zijnde de oplossing van het raadsel – afvuurt en waarmee hij het hoofd opblaast van degene die tegenover hem zit, blaast ‘Joker’ met zijn verhaal in feite méér op dan alleen dat hoofd. Met die kogel blaast hij een compleet media-circus op.

Met die afgevuurde kogel symboliseert ‘Joker’ in feite de mediahysterie die steeds losbreekt als er zich iets soortgelijk gewelddadigs afspeelt in de samenleving. De hysterische reactie van publiek en media is dan immers om bij voorbaat zelf het raadsel van geweld maar te gaan oplossen. Een simplistische formule – ‘geweldsaanleiding’ = ‘Psychische stoornis’ x ‘Vernederende maatschappij’- vormt daarbij een gemakkelijk te bevatten, immer op de voorgrond van het collectieve bewustzijn van de samenleving aanwezige, ‘oplossing’ voor het ‘waarom’ van geweld.

De Joker blaast er een interne spanning mee op, die al tijden leeft in de samenleving. Om daarmee tot een explosie te komen die de straten verandert in oorlogstaferelen, met protesteerders die slaag raken met politie, brandende auto’s op straat en ambulances die verongelukken in alle verkeerschaos. Dat wil zeggen: precies met Joker’s gesuggereerde ‘oplossing’ van het raadsel, creëert hij juist helemaal geen herordende oplossing, maar slechts absolute chaos. Precies zoals de media zelf vaak helemaal geen ‘oplossing’ of ‘antwoord’ geeft op een crisis, maar er zelf – vaak zelfs met onheilspellende smaak – juist aan bijdraagt en olie op het vuur van de paniek en de vooroordelen gooit!

Joker als Trickster

Zoals eerder al gezegd: niet is wat het lijkt bij de Joker. De Joker is, hoe je het ook wendt of keert, altijd de ultieme Trickster geweest. Dat was hij in de comic, als duivelse en psychopathische antagonist tegenover de ‘Dark Detective’. Maar dat was hij bovendien immers altijd al, lang voordat hij met de ‘caped crusader’ gevangen raakte in de kaders van een stripwereld.

Als narratief-technische katalysator van mythologische verhalen, was de Joker altijd al – sinds het begin der tijden binnen de mythologie, in andere vormen, als Coyote, als Anansi, als Loki, als Reinaert de Vos, als koningsnar  – het archetype van de misleiding en van de tegenstelling. Wanneer de Trickster in het het verhaal ten tonele werd gebracht – wanneer de Joker in het spel werd ingevoerd – dan wist je als luisteraar dat er iets anders aan de hand was dan wat er op het eerste gezicht werd voorgespiegeld.

De Joker als Trickster is de ultieme schepper van chaos. Het archetype van de Trickster stelt vragen rondom de norm (! – denk opnieuw aan Roex en haar kritiek op de politiek van de normativiteit) en doet dat vaak door ze op de hak te nemen. (Ik denk bijvoorbeeld ook aan de gruwelijk geforceerde lach van Arthur Fleck in de spiegel, als wrede parodie op de repressieve eis van sociale media om je altijd lachend en vrolijk te presenteren in jouw laatste ‘instagram’ bericht of ‘facebook’ foto – Het social media adagium ‘Put on a happy face’ krijgt zo een gruwelijke parodie.)

De Trickster duwt hoe dan ook voorbij de grenzen van de comfortzone. Hij voldoet aan geen enkele externe agenda. De Trickster is simpelweg en enkel gericht op de eigen amorele plannen en verlangens. Als de Trickster zich er mee begint te bemoeien, dan worden mensen juist gedwongen om hun eigen aannames te onderzoeken. (Meer weten over de Trickster als Archetype? Lees vooral dit interessante artikel!

De zieke humor van ‘Joker’ 

Met de Joker als Trickster is het dan ook goed mogelijk dat het hele verhaal van ‘Joker’ dus eigenlijk een hele zieke grap is. Het verhaal dat ‘Joker’ vertelt is slechts de uiting van de zieke humor van een sadistische geest, zoals alleen de Joker dat kan verzinnen. Het hele raadsel is onzin. Het is geen ‘vermomde’ sociale kritiek. Dat is immers niet de werkelijke motivatie van de Joker. Nooit geweest. 

De Joker maakt slecht gebruik van wat al aanwezig is, van één van de kanalisering van de al aanwezige opgepotte, opgekropte agressieve energie in de samenleving: de ‘verwarde persoon’ als zondebok! De hele motivatie van de Joker – de hele sociaal-kritische geschiedenis van Arthur Fleck – wordt daarmee in feite een grote ‘killing joke’ – letterlijk en figuurlijk ‘killing’ (!) – waarmee de film in feite een briljante ode is aan de strip van Alan Moore met de gelijknamige titel – Batman: ‘The Killing Joke’

Het hele verhaal van de Joker over ‘Joker/Arthur Fleck’ als ‘verwarde persoon’, die vanwege zijn ‘conditie van verwarring’ over zou gaan tot geweld kan daarmee opzij worden geschoven als volledige, volstrekte onzin. De hele vertelling over Arthur Fleck was misschien slechts een moment van vermaak voor een geschifte geest, om zijn psychiater bezig te houden. Een geschifte ‘mindfuck’.

Met dat perspectief op ‘Joker’ in gedachten, keren we terug naar de analyse van Karlijn Roex over het ‘verwarde personen-debat’ en haar opiniestuk over hoe de film ‘Joker’ stereotypen in de samenleving bevestigt. 

Film als ruimte voor discussie en sociale analyse

Het is dus inderdaad mogelijk dat oppervlakkig naar een film kijken stereotypen bevestigt. Maar hopelijk heb ik met bovenstaande analyse van ‘Joker’ tevens laten zien hoe een aandachtig filmkijken, dat wil zeggen: een daadwerkelijk geïnteresseerd kijken naar film, óók mogelijkheden biedt tot interessante discussie en bespreking van de samenleving en maatschappelijke mechanismen van stigmatisering en stereotypering.

Zelf vind ik het daarom jammer dat het opiniestuk van Roex (in mijn ogen in ieder geval) halverwege een ander spoor begint te volgen. Daar stapt Roex namelijk, van een bespreking van het gevaar van stereotypering door de film, over naar een bespreking van welke andere, volgens haar ‘goede’ alternatieve voorbeelden er zijn voor mensen die zich uitgesloten voelen door de normativiteit van de samenleving. 

De bedoeling van Roex is daarbij goed. Ze wil – denk ik, tenminste – laten zien dat mensen die zich uitgesloten voelen in de samenleving – degenen die maatschappelijk het etiket ‘verward’ opgespeld hebben gekregen – hele andere voorbeelden (kunnen) kiezen dan een geschifte, verknipte en moordzuchtige fictie-personages als de Joker. Er zijn, zo laat Roex zien, veel meer positieve, genuanceerdere, en vooral andere voorbeelden voor hen, zowel fictief als in het echte leven, die veel eerder worden verkozen als inspiratiebron voor het leven, dan ‘enge’ en gewelddadige voorbeelden als de ‘Joker’. 

Dat mag zeker waar zijn, dat beaam ik graag. Toch had ik liever gezien dat Roex, in het verlengde van haar bespreking van het gevaar van de stereotypering van de ‘verwarde persoon’, zou hebben voorgesteld om een film als ‘Joker’ op dezelfde wijze te benaderen als ze dat zelf voorstelt in het laatste hoofdstuk van haar boek. Daarin stelt Roex namelijk juist dat we die ‘verwardheid’ en de ‘afwijking’ eigenlijk nodig hebben!

Sociale hypochondrie in een verwarde samenleving

In het laatste hoofdstuk van haar boek stelt Roex zich de vraag of het mogelijk is om een uitweg te vinden uit de dystopie die is ontstaan met het debat over de ‘verwarde persoon’? Is het mogelijk om voorbij te komen aan de maatschappelijke, ‘sociale hypochondrie’ voor datgene wat ‘afwijkt’? 

Roex suggereert dat dit inderdaad mogelijk is. Maar daarvoor is vooral nodig dat de hele frase van ‘verwarde persoon’ los te laten. In feite wijst Roex er vooral op dat het nodig is om de neiging tot controle zélf los te laten. Om dit duidelijk te maken, grijpt Roex terug op het werk van politiek filosofe Hannah Arendt en verwijst ze naar het begrip van de ‘onvoorspelbare ontmoeting’. Dit zijn de ontmoetingen die dwingen tot nadenken. 

Deze ‘onvoorspelbare ontmoetingen’ vragen, aldus Roex, vooral om ‘ad hoc’ handelen voor degenen die ermee geconfronteerd worden. Een handelen zonder handleidingen, (zorg)protocollen of voorschriften – en dus ook zónder garantie dat in het verleden behaalde resultaten herhaald zullen kunnen worden bij herhaald gelijksoortig handelen in heden of toekomst. De ‘onvoorspelbare ontmoeting’ vraagt daarmee, aldus Roex, steeds weer om een creatief improvisatievermogen.

Een samenleving in de war over de eigen onzekerheid

Het hele etiket van ‘verwarde persoon’ is, zo legt Roex overtuigend uit, in feite een uiting van ‘schijnzekerheid’.

Onze voor-onderstellingen, die besloten zitten in begrippen als ‘verwarde persoon’, maakt dat we de Ander tegenover ons niet meer zien als ‘mens’. Maar nog slechts als ‘etiket’. Of erger nog: we reduceren de Ander met een etiket tot een protocol dat ‘behandeld’ moet worden. 

Het ‘veroordelen’ van mensen tot het etiket ‘verwarde persoon’, vormt voor mensen vervolgens de legitimatie om de ruimte voor een open gedachte-uitwisseling met deze geëtiketteerde persoon dan maar te sluiten. We hebben dan ook, aldus Roex, in feite een samenleving gecreëerd die eigenlijk zelf in de war is over de eigen onzekerheid. Die niet langer kan verdragen dat we het in de meeste gevallen eigenlijk helemaal niet weten. 

We weten immers niet hoe de ander in elkaar zit. We weten niet wat de ander gaat doen – op welke wijze diegene zich ook gedraagt (normaal of abnormaal, afwijkend of juist aangepast). Het is precies deze onwetendheid die we zouden moeten leren accepteren. In plaats van dat we mensen direct willen controleren, in hokjes willen zetten en situaties van te voren willen kunnen beheersen. 

In dat kader zou ik het interessanter hebben gevonden als Roex in haar opniniestuk had voorgesteld om een film als ‘Joker’ op diezelfde manier te benaderen. Dat wil zeggen: om mensen uit te dagen om voorbij de oppervlakkigheid van de stereotypering van het verhaal dat ons wordt voorgespiegeld te durven kijken. Een eerste blik op een film is immers eveneens slechts een schijnzekerheid. Het is een aanname dat het verhaal dat verteld wordt, slechts één verhaal is, met één mogelijke interpretatie. Alsof dat dan slechts dat zou zijn.

Film als mogelijkheid tot ‘onvoorspelbare ontmoeting’

De ruimte voor nadenken, voor een open gedachte-uitwisseling, over een filmverhaal, wordt met die aanname echter eveneens gesloten. Wat als we een film eveens zouden zien als een ‘onvoorspelbare ontmoeting’ in zijn eigen recht? Dan vraagt die ‘ontmoeting’ om eenzelfde open houding voor creativiteit als Roex suggereerde bij de ‘verwarde’ persoon. Bovendien biedt de film daarbij nog de unieke mogelijkheid dat er naderhand op gereflecteerd kan worden, zónder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd waardoor reële fysieke of psychische schade is geleden.

Een film is wat mij betreft geen ‘afwijking’ die maar opzij gezet kan worden, net zomin als de ‘verwarde mens’ dat is. Immers, zoals Roex in feite met haar hele opiniestuk al aantoont: de boodschap van een film – zeker een film als ‘Joker’ – doet ertoe. Van belang is echter wel de vraag welke boodschap je daarbij bereid bent om op te vangen.

Film maakt het immers eveneens mogelijk om vóórbij vooroordelen en stereotyperingen te reiken. De stereotypering dat ‘de verwarde persoon’, gefrustreerd door een onderdrukkende samenleving en de eigen psychische kwellingen, ‘altijd’ zal reiken tot geweld, kan door een film ook aangetoond worden als precies dat: stereotypering. 

Immers, zoals Roex in haar boek zelf ook stelt – en wat misschien zelfs wel de kern is van haar uiteindelijke boodschap: iemand die verward is kan best overgaan tot geweld. Maar ligt dat werkelijk – dat wil zeggen: is dat geweld echt causaal verbonden – aan die verwarring zelf? Of is diegene misschien simpelweg ‘een klootzak’? 

Het is een vraag die, zoals ik heb laten zien met de Joker als ultieme Trickster en zijn verhaal over Arthur Fleck, zeker relevant is. De ‘onvoorspelbare ontmoeting’ met een film als ‘Joker’ kan zo daadwerkelijk op interessante wijze tot dialoog leiden. Ook een film als ‘Joker’ kan dus de ruimte openen, om gedachten uit te wisselen over een belangrijke en dringende sociale discussie over de stereotypering van geweld, als verbonden aan de ‘verwardheid’ in de samenleving. 

Helaas is deze mogelijkheid van goede filmeducatie, diepgravende beeld- en verhaalanalyse, en een heldere, open discussie over de film, geen optie die Roex in haar opiniestuk neerlegt. Wat ik zelf dan weer een gemiste kans vind. 

Het eindoordeel over ‘Joker’

Wat is ‘Joker’ nu uiteindelijk? Is het een meesterwerk, dat de minutendurende staande ovatie verdient die de film kreeg na vertoning tijdens het Venice Film Festival? Of is het een slap aftreksel van een psychodrama dat zichzelf eigenlijk overspeelt, zoals sommigen juist stellen? Uiteindelijk vond ik ‘Joker’ op het eerste gezicht niet direct een meesterlijke film. Met een speeltijd van ruim twee uur vond ik het in eerste instantie vooral een lange zit. Op het eerste gezicht leek de film voor mij een bepaalde focus te missen.

Wat betreft het geweld in de film: ‘Joker’ is wat mij betreft niet gewelddadiger dan een film van de hand van Quentin Tarantino of horrorfilms als ‘Saw’ of ‘Hostel’. (Ik telde volgens mij drie echt gewelddadige momenten in de film, waarvan één zelfs volledig in het donker afspeelt en dus grotendeels buiten beeld blijft). Maar wél is het zo dat, op de momenten dát het geweld werkelijk in beeld komt, dit een hele grote intensiteit en impact heeft. Het geweld heeft op die momenten een heel indringend karakter. Maar is dat niet eigen aan geweld?

Uiteindelijk heeft de film voor me moeten groeien. Ik was niet meteen overtuigd. Ik had bijvoorbeeld pas laat door hoeveel overeenkomsten ‘Joker’ in beeld vertoont met Taxi Driver, het meesterwerk van Martin Scorcese uit 1976 (en toen met Robert de Niro in de hoofdrol als afglijdende vietnamveteraan en taxi-chauffeur).

‘Joker’ is dan ook vooral een film waar ik naderhand nog lang over heb kunnen nadenken. Dat heeft me op die manier nog veel intellectueel plezier opgeleverd, door scènes achteraf te analyseren en over de betekenis ervan na te kunnen denken. Bovendien is het acteerwerk van Joaquin Phoenix als Arthur Fleck en ‘Joker’ hoe dan ook fenomenaal. Hij weet de aan de lager wal geraakte Arthur, zijn psychische aandoening, zijn weg naar geweld, indringend over te dragen aan de kijker. Het maakt ‘Joker’ een film die wat mij betreft zeker de moeite waard is. 

Hoe dan ook ben ik, net als Roex, van mening dat mensen niet vanuit een oordeel vooraf moet handelen. Laat je daarom niet leiden door de mening van anderen. Leg de reviews van recensenten – zowel de positieve als de negatieve – vooral naast je neer. Negeer de vooroordelen. Laat gaan, die stereotyperingen van een film. Of van een ander mens…

En vel vooral je eigen oordeel over ‘Joker’…

Een gedachte over “‘Joker’ en de verwarde samenleving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s